Nederland heeft de eerste lichting binnen van een fonds dat is opgezet om toponderzoekers van buiten Europa naar Nederlandse instellingen te halen. Van de 34 geselecteerde wetenschappers werkten er 29 in de Verenigde Staten, meldt de Rijksoverheid. De overige vijf komen uit Israel, Turkije, het Verenigd Koninkrijk en Singapore.
Waar ze vandaan komen
De lijst van vorige werkgevers leest als een opsomming van Amerikaanse topinstellingen: Harvard, Stanford en het National Cancer Institute zijn erbij. Een van de bekendste namen is astrofysicus Kelly Holley-Bockelmann, die Vanderbilt University verlaat voor SRON, het Nederlandse instituut voor ruimteonderzoek in Leiden. Haar vakgebied zijn zwaartekrachtsgolven.
Ook celbioloog Miguel Gonzalez Lozano stapt over van Harvard naar de Vrije Universiteit Amsterdam, schrijft DutchNews. Hij onderzoekt de moleculaire mechanismen achter hersenaandoeningen. Rechtsgeleerde Itamar Mann, met verlof van de Universiteit van Haifa, gaat eveneens naar de VU.
Vijftig miljoen, verdeeld over vijf jaar
Het Tulp Fonds werd vorig jaar opgezet door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap samen met onderzoeksfinancier NWO. Het ministerie legde 25 miljoen euro in, NWO deed daar hetzelfde bedrag bij, wat het totaal op 50 miljoen euro brengt.
Per onderzoeker gaat er maximaal een miljoen euro naar de ontvangende instelling, verspreid over vijf jaar. Universiteiten, umc's en hogescholen mochten kandidaten voordragen. In 2027 volgt binnen hetzelfde budget een tweede ronde.
De onderzoeksterreinen lopen sterk uiteen: vaccinontwikkeling, kernenergie, kankeronderzoek, geestelijke gezondheid, alzheimer, kunstmatige organen, klimaat, voedselproductie, astrofysica en onderzoek naar democratie.
Waarom er zoveel Amerikanen bij zitten
Dat 29 van de 34 uit de Verenigde Staten komen, is geen toeval. Het Amerikaanse onderzoeksklimaat staat onder druk door bezuinigingen op federale wetenschapsfinanciering en door conflicten tussen de regering en universiteiten over academische vrijheid. Voor onderzoekers wier financiering wegvalt of onzeker wordt, is een aanbod met vijf jaar zekerheid een reeel alternatief.
Nederland doet daarmee iets wat landen doorgaans pas doen als het ergens anders misgaat: het opent de deur op het moment dat een concurrent die dichtdoet. Of dat op de lange termijn iets oplevert, hangt af van de vraag of deze onderzoekers blijven nadat de vijf jaar om zijn.
De keerzijde
Voor het Nederlandse wetenschapsbestel is er ook een minder comfortabele kant aan het verhaal. Nederlandse onderzoekers ondervinden zelf hinder van het Amerikaanse beleid, doordat gezamenlijke projecten stilvallen en samenwerkingen op losse schroeven staan.
Daar komt bij dat het Nederlandse hoger onderwijs de afgelopen jaren zelf te maken kreeg met bezuinigingen. Vijftig miljoen euro voor buitenlands talent binnenhalen terwijl er op eigen instellingen wordt gekort, is een keuze die uitleg vraagt. De onderzoekers die nu overkomen, brengen intussen wel kennis mee die anders in Amerikaanse laboratoria was gebleven.



